Zoeken sluiten

‘We hebben hetzelfde doel, dus laten we de financiering ervan eenvoudig houden’

Een gezin dreigt op straat te komen. Een gemeente met de handen in het haar. En de JP die het gezin per direct kan opvangen. Crisis afgewend en met de financiering ervan komt het goed. Opgelost, zou je denken. Toch is dat in de praktijk lang niet altijd zo. ‘Met het gezin gaat het intussen goed. Maar over de financiering zijn zéker 50 mails en 10 telefoontjes heen-en-weer gegaan.’

Marouska Rozendaal, locatiecoördinator van één van de kortverblijfhuizen (kvt’s) van de JP: ‘Alles was doorgesproken. En er was een appartement beschikbaar waar het gezin direct in kon. Mijn contactpersoon bij deze gemeente elders in het land, zegde toe dat het met de financiering goed zou komen. Maar toen het gezin hier zo’n drie maanden woonde, was de financiering nog niet rond. En ik was zelf inmiddels verstrikt geraakt in een wirwar van registraties, formulieren en contactpersonen bij deze gemeente. Je vindt elkaar op inhoud, maar de uitvoering wordt soms ingewikkeld door wet- en regelgeving en registraties. Van zulke situaties hebben we al lang geleden gezegd: “Dit willen we niet.” We moeten écht weer terug naar die eenvoud.’

Financiering in een notendop
De JP kiest voor eenvoud, dus ook in middelen. Met een groot aantal gemeentes heeft de JP, net als andere organisaties, een contract. Dat betekent dat als iemand ondersteuning nodig heeft, daar heldere afspraken over zijn. Zijn die contracten er niet? Dan betekent dat niet automatisch dat de JP niets kan betekenen. Dan worden er vaak maatwerkovereenkomsten opgesteld. Marouska: ‘Maar die overeenkomsten vragen in de praktijk vaak héél veel regel- en papierwerk.’

Terug naar de eenvoud
Marouska: ‘Ik zou graag weer terug willen naar hoe we het eerder deden. Daarvoor hebben we al eens een eenvoudige oplossing bedacht. Namelijk: een factuur, met een vast tarief. Dat kan écht uitkomst bieden als iemand met een hulpvraag tussen wal en schip van de regelingen belandt, maar er wel nú iets moet gebeuren. Op die manier kan een gemeente die op dat moment nog geen andere financieringsvorm kan vinden, ons tóch inschakelen. Hiermee is de ondersteuning snel geregeld en heeft een gemeente de tijd om daar een financieringsvorm voor te vinden. En wij sturen aan het einde gewoon een factuur.’

We weten dat het kan
Voor veel gemeentes werkt een factuur goed, maar niet elke gemeente wil dat. Marouska: ‘Dat is óók prima. Als een gemeente het via de gebaande paden voor elkaar krijgt, is dat alleen maar goed. Maar er zijn ook gemeentes die wél een factuur willen, maar waar het niet kán. En dan belanden we tóch in allerlei ingewikkelde overeenkomsten, terwijl we dat júist niet willen. Dat sluipt er gaandeweg in, omdat we de mens en zijn verhaal voorop willen stellen. Het mooie is dat we dat gevoel deelden met deze gemeente, want onze contactpersoon heeft bij dit gezin, net als wij, ook gedacht: eerst de inhoud, de rest komt later. Dat het rondkrijgen van de financiering later alsnog ingewikkeld bleek, is voor niemand fijn. Natuurlijk heeft ook een gemeente te maken met zaken zoals wetgeving, kwaliteitseisen of een budgetplafond. Dat begrijp ik wel. Maar met een aantal gemeentes werken we al eenvoudiger, met een factuur. Dus we weten dat het kán.’

Gemeente aan het woord

‘Het liefst vangen we mensen in hun eigen omgeving op. Maar er zijn steeds minder plekken beschikbaar, waardoor we ook steeds vaker bij organisaties terechtkomen waarmee we geen contract hebben. In dit geval liepen we vast in de registraties en de beperkingen van twee wetgevingen, waardoor er minder mogelijk was dan we aanvankelijk dachten. Dat blijft een dilemma; maatwerk is soms écht nodig, maar levert ook veel uitzoekwerk op. Tegelijkertijd willen we zo min mogelijk gezinnen in nood en daarvoor moet je af en toe buiten de lijnen denken. Dat hebben we hier gedaan, en daarom zie ik dit echt wel als een succesverhaal. En uiteindelijk hebben we een goede vorm gevonden. Als gemeente onderzoeken we ook hoe we structureel meer uit het regelwerk kunnen komen, zodat het meer over de inhoud kan gaan.’

Zakelijk in vertrouwen
Natuurlijk is er ook zakelijkheid nodig. Marouska: ‘Ik kan ook zeggen: “Eerst een financieel akkoord, daarna kijk ik pas naar de inhoud.” Of vragen om een voorschot, dat zie je tegenwoordig ook. Net als wanneer je een duur product koopt en je vooruit moet betalen. Die zakelijkheid mag er zijn, maar ik wil het verhaal niet uit het oog verliezen. Want als wij niet helpen, wie dan wel? Dan ben ik geneigd het verschil te willen maken en erop te kunnen vertrouwen dat de rest goedkomt. Dat is ook hoe ik wíl werken: doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Dat we een verschil willen maken staat vast, maar daarbij moeten we er wél scherp op blijven dat we vasthouden aan die eenvoud.’

Kennis en ervaring delen
Marouska is niet de enige die tegen de complexiteit van financiering aanloopt. Dat gebeurt op meer locaties, met name op de kortverblijfhuizen. Dat komt omdat de ondersteuningsvragen hier divers zijn en de urgentie vaak groot. Marouska: ‘Ik voer daar nu gesprekken met collega’s over. Want we lopen er allemaal tegenaan, maar gaan er op onze eigen manier mee om. Daarin zelf kunnen beslissen, is een kracht. En als we al die kennis en ervaringen ook met elkaar kunnen delen, is dat echt van meerwaarde.’

Postzegel erop?
Zelf wil Marouska het liefst terug naar hoe de JP het eerder deed. ‘Geen contract? Geen probleem, maar dan krijg je een factuur. Dan hoef ik van die gemeente alleen maar te horen naar wie de rekening mag. En of dat per post moet of digitaal. Meer heb ik niet nodig. En daarnaast zullen er altijd situaties blijven waarvan ik denk: kom toch maar.’

Van contract... naar contact

Is een contract dan niet dé weg naar eenvoud? Volgens Gerjanne Kleen, regiocoördinator bij de JP, is dat allesbehalve zo. Sinds de decentralisatie in 2015 mag elke gemeente namelijk zelf bepalen welke kwaliteitseisen zij aan een contract stelt. Gerjanne: ‘Dus kun je je voorstellen dat, voordat er een overeenkomst is, er al een enorme tijdsinvestering in zit. Keer zeventig, want dat is met hoeveel gemeentes de JP ongeveer samenwerkt. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het contractmanagement daarna.’ In de wens het anders te willen doen, zijn we niet alleen. In 2019 startte de JP, samen met het ministerie van VWS, het experiment Vernieuwend verantwoorden. En inmiddels doen er meer dan acht organisaties mee. We kregen opnieuw experimenteerruimte van het ministerie, waarmee we in 2024 (met nog meer organisaties) een vervolg aan het experiment geven. Dat doen we onder de naam Werken en verantwoorden vanuit de bedoeling. Gerjanne: ‘Daarmee willen we een beweging in gang zetten naar minder onnodige administratieve regeldruk, het ontwarren van de (Gordiaanse) knoop van regels en waarin we verantwoorden vanuit vertrouwen in plaats vanuit wantrouwen. En waarin kwaliteit leidend is, niet de vorm.’