Zoeken sluiten

‘De kracht van eenvoud’

Merel Strieker …is gedragskundige. Ze maakte van de Wet zorg en dwang een werkbare vertaling voor de JP. Ingeborg Spijkstra …is begeleider. Dagelijks werkt ze met de dilemma’s van (on)vrijwillige zorg. Alette Veldhuis …houdt zich onder meer bezig met kwaliteitszorg bij de JP.

De kracht van eenvoud
In 2020 trad in Nederland de Wet zorg en dwang (Wzd) in werking. Deze wet beschermt de rechten van een cliënt als er sprake is van onvrijwillige zorg. Gedragskundige Merel Strieker: ‘De geest van de wet is echt goed. Maar de uitvoering? Die houden we bij de JP bewust zo eenvoudig mogelijk.’ Drie JP-ers gaan met elkaar in gesprek over het dilemma als ondersteuning onvrijwillig wordt. Wat de wet daarin
zegt en hoe de JP daar zorgvuldig -maar in alle eenvoud- mee omgaat. Merel en Alette treffen elkaar, met Ingeborg online, in een ogenschijnlijk hele gewone kantoorruimte van een kvt. Terwijl ze gaan zitten, zegt Alette: ‘Wist je dat deze ruimte oorspronkelijk werd gebouwd als afzonderingsruimte? Gelukkig is er nooit gebruik van gemaakt.’ Een kippenvelmoment. Dat is waar dit verhaal over gaat.

In de basis is ‘ie mooi
Merel steekt van wal: ‘De geest van de Wet zorg en dwang is gewoon goed. Punt. Dat áls je een maatregel moet nemen die mensen in hun vrijheid beperkt, je heel secuur bekijkt: is dit écht noodzakelijk? Zijn er alternatieven? En dat je vanuit verschillende expertises breed naar zo’n vraagstuk kijkt. Daar staan we volledig achter. Maar kijk je naar de létter van de wet, dus hoe het beschreven staat en wat je er allemaal voor zou moeten optuigen… dan raakt dat ver weg van de bedoeling ervan.’

De functies
Volgens Alette zit de complexiteit vooral in het vaste stappenplan dat de wet beschrijft. Welke expertise je moet inschakelen én wanneer. Alette: ‘Dat wordt erg groot gemaakt, met bijvoorbeeld BIG-geregistreerde artsen en psychologen. Dat je vanuit expertises kijkt, vinden we al logisch. En dat willen we ook zo logisch mogelijk vormgeven.’ ‘Bovenal’, vult Merel aan, ‘ís dit al hoe we werken. We hebben namelijk een cyclus van 3 maanden waarbij we al met ouders, deskundigen en eventueel andere (zorg)partijen om tafel zitten. Die externe expertise, daar werken we dus al mee samen als dat nodig is. Niet omdat we een vinkje moeten zetten.’

Het verhaal van Emma
Ondertussen zit het stappenplan van de wet als een natuurlijke checklist in Merels hoofd. Ze is als gedragskundige bijvoorbeeld betrokken bij de ondersteuning van Emma, die dagelijks wordt begeleid door Ingeborg. Ingeborg vertelt: ‘In overleg met haar ouders kreeg Emma een verklikker op haar voordeur. Emma kreeg namelijk laat op de avond, na het laatste contact met haar begeleiders, nog regelmatig bezoek.’ Merel: ‘Op die momenten moeten we haar beschermen. Emma’s geweten is namelijk onvoldoende ontwikkeld. Dus zodra een begeleider of een ‘belangrijke ander’ vertrekt, gaan ook de afspraken met die persoon mee naar buiten. Komt er dan ’s avonds laat nog iemand bij haar langs, dan wordt dat die ‘belangrijke ander’ en degene die alles voor haar kan beslissen. Nu heeft Emma een relatie met een jongen. Dat kan en mag, maar ook daarin willen we haar goed begeleiden. Komt hij of iemand anders nu na tien uur ’s avonds bij haar op bezoek, dan geeft de deurverklikker ons een seintje en kunnen we Emma ondersteunen bij het laten vertrekken van haar bezoek.

‘Emma heeft ondersteuning nodig, geen begrenzing’

Merel Strieker, gedragskundige
Merel Strieker, gedragskundige

Rust voor Emma
‘Sinds de deurverklikker er is, gaat het goed’, vertelt Ingeborg. De deur gaat ’s nachts niet meer open. Het geeft Emma en haar vriend ook rust en duidelijkheid. Dat zeggen ze zelf ook: “We hebben geoefend voordat de verklikker kwam. Nu zit ‘ie erop en is het duidelijk.” Merel: ‘Het mooie is nog dat dit uiteindelijk tóch geen onvrijwillige zorg is geworden. Ingeborg heeft het vooraf goed met Emma besproken en ze bleek het juist heel fijn te vinden. Omdat ze ermee instemt, is het geen maatregel meer, maar is het een ondersteuningsvraag geworden.’

Luikje open
Ingeborg: ‘Toen ging er in mijn hoofd ineens wel een ánder luikje open. Ik dacht: wacht eens, we hebben een afsluitbaar medicijnkistje in Emma’s appartement. Zalfjes en medicatie zijn voor haar namelijk magisch. Ze denkt bijvoorbeeld dat als ze paracetamol inneemt, al haar problemen verdwijnen. Maar met het afsluiten van het kistje ontnemen we haar ook vrijheid. Met dat dilemma kon ik Merel gewoon opzoeken. Samen hebben we toen de afspraken opgeschreven.’ Merel: ‘Ja, want als ik Emma nu zou vragen of ze de sleutel wil, dan zou ze direct ‘ja’ zeggen.’ Ingeborg: ‘En zou ze eindeloos paracetamol slikken, met alle lichamelijke risico’s van dien. Dat is dus een ernstig nadeel en daar moeten we haar tegen beschermen.’

De wet op z’n JP’s
Op dat moment komt de Wet zorg en dwang dus om de hoek. Merel legt uit hoe ze dat doet. ‘Ik neem alle stappen van de wet door. Die zijn belangrijk, maar niet per se in de volgorde zoals de wet het zegt. Ik ga het rijtje af: wat is er al gebeurd? Wie zijn er al aangesloten? Door de samenwerking in die driehoek van ouders en professionals zijn veel rollen al van nature betrokken. Dan zeg ik niet: “Nou Ingeborg, ga maar even zitten, want volgens stap 1 moet ik nu eerst met jou om tafel.” De verschillende visies vink ik af in mijn hoofd en het gesprek voeren we in praktijk. Net als anders. Waardoor het wél eenvoudig blijft.’

Alette Veldhuis, medewerker centraal bureau

‘Het gaat om de bewustwording’

‘Snap jij wat er staat?’
Alette: ‘Bij de JP hebben we weinig protocollen, maar dit is er wél eentje van. En dat is ook niet voor niets.’ Dus toen de wet werd gemaakt, doken Merel en haar collega Mariska diep in de materie. Alette vraagt: ‘Jullie werden gevraagd om de wet voor de JP uit te werken. Hoe hebben jullie dat ervaren?’ Merel: ‘Dat vertrouwen was fijn. We hebben de wet kunnen terugbrengen naar de kern, op twee A4-tjes. Maar daar ging wel een intensief traject aan vooraf. Samen akkerden Mariska en ik elk detail door. Dan belde ik haar en vroeg ik: “Snap jij wat hier staat?” We deden een oproep aan de locaties om met ons mee te denken. Zij werken er tenslotte mee. En we wisselden ook van gedachten met andere organisaties, je loopt immers tegen hetzelfde aan. In de uitvoering zagen we wel grote verschillen. Sommige organisaties leidden zelfs hele teams met Wzd-functionarissen op. Terwijl wij dat ‘gewoon’ bij onze gedragskundigen beleggen. Want dit is niet nieuw voor hen, zij deden dit al. Dus ook hierin hielden we het eenvoudig.’

Terug naar de eenvoud
De geest van de wet, en zoals de JP die heeft vertaald in het protocol, moet dus bij iedere JP-er bekend zijn. Merel: ‘Het enige dat ik écht wil is dat áls een cliënt zegt: “Hee, maar hier ben ik het niet mee eens”, dat er dan een belletje gaat rinkelen. Dat je als begeleider dan het gesprek voert met een gedragskundige of coördinator: “De cliënt wil dit niet, wat heb ik te doen?”’ Alette: ‘Supermooi is dat. Daarmee gaat de lading eraf en wordt het niet spannend of te groot. Die bewustwording, dáár gaat het om.’