Zoeken sluiten

‘Alles begint bij hoe de JP naar mensen kijkt’

Waarom we georganiseerd zijn, zoals we zijn

In 2023 ondersteunden we ongeveer 3900 mensen, vanuit zo’n 160 locaties. Dat deden we met een kleine 2700 bevlogen collega’s in het land en ongeveer 35 collega’s op het centraal bureau in Deventer. Dat laatste klinkt relatief weinig. Kijk je naar andere organisaties, dan is dat het ook. Hoe kan dat? Zo’n grote organisatie met zo’n ‘kleine’ bedrijfsvoering?

Marion Verspui-Geurtzen, coördinator op het centraal bureau bij de JP, komt direct tot de kern: ‘Omdat alles begint met ondersteuning. Dat is wat we doen. Het begint bij de vraag van de cliënt en het professionele antwoord van de begeleider daarop. Hoe de JP georganiseerd is, is daar het gevolg van.’ Om de structuur van de organisatie te kunnen begrijpen, moeten we dus terug naar de kern. Namelijk dat de JP wil dat
het goed gaat met cliënten en met medewerkers. Marion: ‘Daarom starten we bij wat locaties nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Hoe zich dat vervolgens vertaalt in overhead of fte’s… die percentages zijn daar alleen maar een uitkomst van. Daar sturen we niet actief op. Ze vertellen ons namelijk niet of we ons werk voor de cliënt goed doen.’

‘Percentages vertellen niet of we ons werk voor de cliënt goed doen’

Marion Verspui-Geurtzen, coördinator

Zelf bepalen
Wat iemand of een locatie nodig heeft, kun je volgens de JP niet centraal bepalen. Want daarmee doe je misschien nét te weinig, juist te veel of precies dat wat níet nodig is. En dus krijgt elk van de 160 locaties de (regel)ruimte en het vertrouwen om professioneel te kunnen werken. Roland Koers, op het centraal bureau betrokken bij de financiën van de JP, vertelt: ‘Locaties bepalen dus zélf wat er wordt aangeschaft, wie er wordt aangenomen en hoe dat proces gaat. Zo houd je de verantwoordelijkheid daar waar het hoort: op de locatie. En daardoor hóeven we centraal ook niet met veel mensen te zijn.’

Locatiecoördinator als sleutelfiguur
Vanuit deze visie vervult de locatiecoördinator een sleutelrol. Elke locatie heeft er één, soms twee. Marion: ‘Dat is bewust. Het is ontzettend belangrijk dat er op elke locatie iemand integraal kijkt. Juist omdát vrijwel alles lokaal gebeurt, is de bestendiging van onze visie en cultuur op een locatie nodig. De trend van zelfsturende teams, zoals je die een paar jaar geleden zag, past dus niet bij ons.’ Roland: ‘Die rol van locatiecoördinator is uitdagend. Je ‘bent overal van’, van goede ondersteuning bieden tot het laten repareren van het dak. Dat noemen we bij de JP ‘integraal verantwoordelijk’.

‘De structuur van de organisatie is een gevolg van hoe de JP naar mensen kijkt’

Roland Koers, financieel consulent

Houd het klein
Is dit anders dan het simpelweg verkassen van bedrijfstaken naar de locaties? Marion: ‘Dat is een bekende vraag, maar dat is een hele andere manier van denken.’ Roland vult aan: ‘Het klopt dat locaties bij de JP meer zelf doen, maar daar kiezen we voor omdat het inhoudelijk meerwaarde heeft.’ De locaties houdt de JP dan ook bewust klein, vanuit het uitgangspunt ‘ken je cliënt en ken je medewerker’. Marion: ‘Alleen dán kun je voor de juiste ondersteuning zorgen. Op een kleine locatie blijf je in staat om cliënten en hun familie en sociaal netwerk goed te kennen. Wordt een locatie te groot, dan lukt dat niet meer. Het moet wel behapbaar blijven.’ Roland: ‘Natuurlijk kunnen ook wij alles centraal gaan organiseren. Zoveel organisaties doen dat. Maar dan haal je direct ook het eigenaarschap weg bij collega’s op de locaties. Terwijl we dat juist zo belangrijk vinden.’

Doe normaal
Een ander uitgangspunt dat gevolgen heeft voor de organisatiestructuur, is dat de JP gelooft in ‘zo normaal mogelijk’. Zo heeft de JP bijvoorbeeld geen VG-artsen in dienst. Roland: ‘Want waarom apart? Met een eigen huisarts blijf je onderdeel van het gewone leven. In een wachtkamer maak je tenminste nog eens een praatje met andere mensen.’ Hij gaat het rijtje af: ‘Tandartsen, fysio’s… die hebben we allemaal niet. En bovendien, onze locaties liggen ‘gewoon’ in de woonwijk, het liefst waar iemand is opgegroeid. Dus een tandarts en huisarts heeft iemand vaak al. Boodschappen doen collega’s met cliënten bij de plaatselijke supermarkt. Geen vrachtwagens die voor de deur centraal ingekochte boodschappen staan uit te laden.’ Marion: ‘Het is de leefomgeving van een cliënt. Stop je dat allemaal ín je organisatie, dan is alles van de organisatie.’

Dat de JP al die diensten niet heeft, is dus geen maatregel of modegril. Het is het gevolg van hoe de JP -al jarenlang naar mensen en hun ondersteuning kijkt. De JP is gezond, de overhead is laag. ‘Hoe doen jullie dat toch?’ is een vraag die de JP regelmatig krijgt. Marion: ‘Soms plakken organisaties stukjes van onze werkwijze op hun eigen systeem. Maar dat verandert de manier van werken en denken van de betreffende organisatie niet. Het gaat om het integraal verantwoordelijkheidsstuk. Je moet verantwoordelijkheden durven loslaten.’

Het wiel 160x uitvinden
Natuurlijk gebeuren er ook dingen wél centraal. Vanuit het centraal bureau sluit bijvoorbeeld bij elke locatie een gedragskundige aan en krijgen locatiecoördinatoren ondersteuning van de regiocoördinatoren. Bovendien heeft niet alles meerwaarde om 160 locaties zelf te laten doen. Salarisverwerking of facturering bijvoorbeeld. Marion: ‘Op organisatieniveau versterken we wat niet altijd op de locatie kan of alleen lukt. Bij een uitdagend personeelsvraagstuk bijvoorbeeld is het helpend als er iemand vanuit P&O meedenkt.’

Meedenken, niet overnemen
Roland: ‘Mijn rol op het centraal bureau zie ik als sterk adviserend. Belt een locatiecoördinator mij met een financiële vraag, dan denk ik mee. Geef ik een palet aan opties tot in sommige gevallen een dringend advies. Maar ik ben níet degene die beslist. We trekken het financiële kader bewust groot: je hebt het simpelweg te doen met het budget dat de cliënt meebrengt. Natuurlijk kunnen we een afdeling optuigen die bepaalt hoeveel collega’s je daarvan mag aannemen, hoeveel een nieuwe kast mag kosten of wat je voedingsbudget is. Maar als je dat kadert, heb je ook mensen nodig die dat controleren. En voor je het weet, werken er hier zes van mij.’ Marion: ‘En de vraag is… heb je dan de garantie dat je je werk goed hebt gedaan? Nog steeds niet. Dat is weer die denkwijze. Als je vanuit professionaliteit en vertrouwen werkt, dan heb je niet veel mensen nodig die iets hoeven te vinden.’

Van buiten naar binnen… en andersom
Dat de JP al die afdelingen niet heeft, kent ook uitdagingen, zoals het ontbreken van tijd of specialistische kennis. Roland: ‘Dat halen we dan met externen naar binnen. Hoe de JP georganiseerd is, vraagt ook iets in díe samenwerking. We hebben bijvoorbeeld geen projectleiders of één aanspreekpunt zoals externe partijen dat gewend zijn.’ Marion: ‘Dat vraagt wederzijds om flexibiliteit, nieuwsgierigheid en natuurlijk het gesprek. In langdurige samenwerkingen nodigen we samenwerkingspartners ook uit om op een locatie te komen kijken. Daarmee wordt duidelijker waarom we de dingen doen zoals we ze doen.’

Duurt lang
Een andere uitdaging is het tempo. Want met het ontbreken van afdelingen, gaan processen bij de JP in sommige gevallen minder snel. Roland legt uit: ‘Voor collega’s is dat soms echt lastig. Maar zouden we kiezen voor die slagvaardige afdelingen, dan zou dat weer eigenaarschap bij hen wegnemen. Dat willen we niet. Bovendien vragen we bij veel onderwerpen input van cliënten, verwanten of collega’s. Dat vraagt ook tijd. Maar belangrijke thema’s zonder hun zeggenschap uitwerken, klopt niet. Waarom dingen soms langer duren, moeten we dus goed blijven
vertellen, binnen én buiten de JP.’

‘Als je vanuit professionaliteit en vertrouwen werkt, zijn er niet zoveel mensen nodig die er iets van hoeven te vinden’

Marion Verspui-Geurtzen, coördinator

Flexibel de toekomst in
Die zo bekende kernvraag ‘wat is er nodig?’ is ook belangrijk in de organisatie. Hoe kijkt de JP naar de toekomst? Marion: ‘Als je alleen al om je heen kijkt naar digitale ontwikkelingen, dan moeten we blijven meebewegen. Daar zitten we nu vol in.’ Roland: ‘Daarbij moeten we ervoor waken dat we centraal niet té mager worden. Marion: ‘Klopt, het mag niet een-op-een zo zijn dat we keuzes maken omdát we die overhead laag willen houden. Intern onderzoek liet vorig jaar bijvoorbeeld zien dat de regionale laag om versteviging vraagt. Dat zijn we nu aan het doen. Een nieuwe besturing, waar we nu mee bezig zijn, brengt straks ongetwijfeld óók weer andere keuzes met zich mee. En dat is goed. Een kleine bedrijfsvoering is nooit een doel op zich. We moeten blijven doen wat nodig is.’