Medicatieveiligheid bij de JP
Medicijnen kunnen cruciaal zijn voor de gezondheid van cliënten. Het is dus belangrijk ze goed te verstrekken. Om begeleiders hierbij te ondersteunen, scherpte de JP haar richtlijn Medicatie aan. Wat is er veranderd? En schuurt zo’n richtlijn niet met de organisatiecultuur van vertrouwen en vrijheid? “We bieden houvast én geven ruimte voor eigen keuzes.”
Het onderzoek: zien wat beter kan
“Zorgelijk”. Zo noemt Stephanie Pease, die zich bij de JP bezighoudt met de kwaliteit van dienstverlening, een bericht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in 2025. “De strekking was dat op een van onze ruim 160 locaties niet het juiste proces was gevolgd voor medicatieverstrekking. Er was gelukkig niets misgegaan. Maar dat had wel gekund.” Reden voor de JP om in april 2025 een uitvraag te doen onder tien andere locaties. Volgden die wél de bestaande richtlijn?
Vanuit haar rol bekijkt Stephanie waar de dienstverlening professioneler kan. De uitvraag bood daarvoor handvatten. “Begeleiders bleken medicijnen goed toe te dienen en konden de richtlijn vinden. Maar wat erin stond wisten ze vaak niet, nieuwe krachten werden er niet vanzelfsprekend op ingewerkt en de registratie van medicatieverstrekking liet te wensen over.” De JP besloot de richtlijn te updaten en extra onder de aandacht te brengen – onder meer via locatiecoördinatoren.
De aanpassing: punten van aandacht
Eén van die locatiecoördinatoren is Carro Damhuis. Zij zat in de werkgroep die de richtlijn herschreef. “De tekst telt nu drie pagina’s: overzichtelijk, maar toch volledig – met links naar wet- en regelgeving.” Welke nieuwe punten erin staan? “Begeleiders moeten nog steeds noteren welke medicijnen ze wanneer en hoe toedienen. Maar de richtlijn moedigt hen nu aan om digitaal te registreren, via de nieuwe app. Dus niet meer op papier”
Daarnaast is er aandacht voor ‘voorbehouden handelingen’, zoals injecteren of darmspoelen: begeleiders moeten nagaan of ze hier de bevoegd- en bekwaamheid voor hebben. Ook benadrukt de richtlijn hun rol bij medicijnen die psyche en gedrag beïnvloeden. “Het is uiteraard niet de bedoeling dat zij bepalen welke psychofarmaca iemand nodig heeft”, zegt Carro. “Maar wel om het effect ervan te registreren, aan de arts door te geven en te vragen of doseringen nog kloppen.”
De pilot: van een A4’tje naar een app
De werkgroep bestond uit een gedragskundige, iemand van digitale zaken en twee locatiecoördinatoren. Ook begeleiders keken mee. Drie teams testten de nieuwe digitale toedienlijsten. Begeleider Jesse van Dongen zat in één van die teams. “In plaats van een A4’tje waar we kruisjes en krulletjes op moesten zetten, kregen we een app. Daarin konden we zien wanneer wie welke medicijnen moest krijgen.”
Steeds meer begeleiders gebruiken deze app, die gekoppeld is aan het systeem dat de JP sinds juli 2024 met apothekers gebruikt voor registratie en herbestelling. “Zelfs minder digitaal vaardige collega’s vinden de app handig!”, zegt Jesse. “Het is overzichtelijk, je kunt er snel medicijnen mee registreren en je ziet meteen waar je op moet letten bij toediening. Ook of een collega mee moet kijken, zoals bij trombose. Dat alles verkleint het risico op fouten.”
De werkcultuur: vrijheid én veiligheid
Hoe verhoudt de richtlijn Medicatie zich tot de professionele vrijheid waar de JP bekend om staat? “Mensen werken graag bij ons om onze cultuur van vertrouwen”, zegt Carro. “Ze waarderen het kleine aantal protocollen en de ruimte voor hun eigen professionele oordeel; de overtuiging dat zij zelf hun aanpak moeten kunnen bepalen – in overleg met collega’s en de locatiecoördinator.”
Maar bij het toedienen van medicatie kunnen verkeerde keuzes ernstige gevolgen hebben. Stephanie: “Daarom laten we medewerkers zien wat professioneel omgaan met medicijnen inhoudt. En geven we dringend advies om zo te handelen. We gaan niet zover dat we een protocol maken, want dat vinden we te beperkend. We willen niet dat begeleiders blind regels gaan volgen. Een richtlijn is beter: die biedt én houvast én ruimte voor eigen keuzes.”
“Regels kunnen nooit alle situaties afdekken”, verduidelijkt Stephanie. “Stel dat een cliënt die bloedverdunners slikt opeens valt en een open wond heeft. Dan moet je niet gedachteloos de volgende dosis bloedverdunners geven, puur omdat het protocol dat zegt. Je moet alert zijn op de nieuwe context en je daaraan aanpassen. In dit geval door de arts te bellen voor overleg. Door zelf na te denken bied je de cliënt goede ondersteuning.”
De bewustwording: teams in beweging
De JP vergroot het bewustzijn van de vernieuwde richtlijn op verschillende manieren. Zo kregen alle teams informatie en instructievideo’s via JP-start, het intranet van de JP. Daarnaast bespreken medewerkers het onderwerp ‘medicatieveiligheid’ minstens eens per jaar in hun teamoverleg. Het ene team beweegt sneller mee dan het andere, merkt Carro. “Wat helpt? Als er één of twee begeleiders zijn die hun collega’s enthousiasmeren.”
Jesse is zo’n kartrekker. Hij onderstreept hoe belangrijk het is om het met collega’s over medicatieverstrekking te hebben. En hoe creatieve werkvormen daarbij kunnen helpen. “In mijn team deden we bijvoorbeeld eens een quiz met kaartjes. Daarop stonden medicijnen, toedientijden en bijwerkingen. Collega’s moesten aangeven wat bij elkaar hoorde. Zo werden we ons bewuster van wat we wisten, wat we niet wisten én wat we cliënten gaven.”
De toekomst: bijsturen en blijven leren
De JP overweegt om binnenkort weer een uitvraag te doen. En in september 2025 lanceerde de organisatie bovendien Triasweb, een systeem om intern incidenten te registreren. “Daarmee kunnen we gerichter bijsturen”, zegt Stephanie. Ze benadrukt dat de JP geen ‘controleorganisatie’ wordt. “Het gaat ons er niet om wie een fout maakt. Het gaat om wat we kunnen leren, zodat we cliënten beter kunnen ondersteunen.”