Wat als je tussen wal en schip belandt? En als je nergens (meer) terecht kunt? Bij de kortverblijfhuizen (kvt’s) van de JP krijgen mensen tijdelijk de steun in de rug die ze nodig hebben. In allerlei vormen en altijd laagdrempelig. Acuut ook. En dat maakt de waarden van de JP, hier op de kvt’s, bijzonder goed zichtbaar.
‘Het hart van de JP klopt op het KVT'
Het is een gezellige boel in de gemeenschappelijke keuken van het kvt in Apeldoorn. Een groepje mensen speelt, onder luid gejoel, een spelletje aan de keukentafel. En een deur verder is iemand aan het boetseren in de creatieve ruimte. ‘Goed sfeertje, hè?’, glimlacht locatiecoördinator Marijke van Vilsteren, al meer dan 40 jaar betrokken bij de kvt’s van de JP. ‘Maar vergis je niet, vanochtend hing ik al met de politie aan de lijn. En daarna hebben we nog twee akkefietjes naar een goed einde kunnen begeleiden. En dan is het nog maar negen uur. Welkom op het kvt! Koffie?’
Typisch het kortverblijfhuis
‘Kvt’ staat voor ‘kortverblijfhuis’. Bij de JP zijn er zes. Hier verblijven mensen een (relatief) korte periode, omdat ze ondersteuning nodig hebben. Dat kan van alles zijn. En wát mensen nodig hebben, is meestal niet duidelijk in één
hokje te plaatsen. Marijke: ‘Dat we niet in hokjes denken, geldt natuurlijk voor de hele JP. Maar op het kvt zie je dat nét iets scherper, omdat de vraag zo acuut is. Vrijwel altijd is er direct iets nodig. Soms dezelfde dag nog. Dat kunnen wij dan bieden, van even ‘pas op de plaats’ tot een veilige plek of structuur in de dag.’
Hulp zonder hindernissen
In crisis hulp bieden, is niet uniek. Veel organisaties doen dat. ‘Maar wat onze kvt’s typeert, is dat er geen barricades worden opgeworpen voordat iemand bij ons mag komen’, vertelt Marijke. ‘Geen dikke dossiers of wachtlijsten en vrijwel geen contra-indicaties. Het is hier laagdrempelig.’ Bij de JP begint ondersteuning op het kvt vrijwel altijd met een telefoontje naar het centraal bureau. Soms van een cliënt zelf, maar meestal van een professional zoals een voogd, reclasseerder, curator of mentor. De beller stuurt de informatie toe die hij of zij relevant vindt, voor een goed beeld van de situatie. Daarna zoekt de collega op het centraal bureau uit op welk kortverblijfhuis plek is, gewoon met een belrondje. Want een kvt dat nú vol is, kan over een half uur wél plek hebben. Die dynamiek van een kvt is volgens Marijke dan ook niet in een systeem te vangen. Daarna nemen de collega’s op het kvt het over.
In het ‘hier en nu’
Marijke vervolgt: ‘Hier op locatie gaan we direct om tafel, kijken we elkaar recht in de ogen. Dat eerste contact’, Marijke wijst op een stoel, ‘is zo belangrijk voor de rest van het verblijf.’ Dat ervaart ook Pien Maatman, coördinerend begeleider op het kvt: ‘Dat gesprek houden we heel ‘klein’, in het hier en nu. Wat speelt er op dít moment in je leven? Wat heb je nú nodig? Iemand staat met een plastic tasje voor de deur, dan wil je niet álles afpellen wat iemand al heeft meegemaakt.’ Marijke: ‘Nee, het gaat om de directe verbinding. Gaan we dit samen doen? Mooi! Wél maken we graag een paar goede afspraken.’ Pien: ‘En op die afspraken en verbinding grijpen we de rest van het verblijf terug. Lijkt iemand even uit de bocht te vliegen? Dan hoef je elkaar soms alleen maar even in de ogen te kijken. Dan kun je
met één blik zeggen: “Hee, weet je nog?”’
Met één blik terug naar die verbinding.
“Weet je nog?”
Pien Maatman, coördinerend begeleider
De maatschappij in het klein
Het kvt zoals we dat nu kennen, startte in 1964 als een logeerhuis voor kinderen. Daarmee kon het thuisfront op adem komen of konden kinderen, ook vanuit de vakantiegedachte, wennen aan ‘het uit huis zijn’. Gaandeweg zag de JP de vraag veranderen. ‘Ontwikkelingen in de maatschappij zie je bij ons direct in het klein terug’, vertelt Marijke. ‘Er was een periode waarin we veel mensen met een psychiatrische achtergrond zagen. Die moesten door allerlei landelijke ontwikkelingen ineens zelfstandig in de wijk gaan wonen. Dat bleek voor velen een te grote opgave en die mensen kwamen bij ons. Ook verbleven er een bepaalde periode veel jongeren tussen 12 en 18 jaar. En toen de jeugdzorg werd uitgebreid, verdwenen zij weer bij ons uit beeld.’ Pien: ‘Wachtlijsten, tekorten of mensen met complexe problemen die moeilijk doorstromen: bij ons zie je precies wie er op dat moment tussen wal en schip valt. Tienermoeders, óók een goed voorbeeld. We hebben hier zelfs ooit een bevalling gehad. Ik zal nooit vergeten dat er een meisje bij ons kwam dat bij een andere organisatie moest vertrekken omdat ze zwanger was. Daar hadden ze geen expertise voor…’
‘Ontwikkelingen in de maatschappij
zie je bij ons direct in het klein terug’
Marijke van Vilsteren, locatiecoördinator
Over expertise gesproken…
‘Dat is écht tekenend’, zegt Marijke. ‘Het valt me altijd weer op hoe groot mensen dingen soms maken. Ga gewoon terug naar die eenvoud, denk ik dan. Want natuurlijk hebben ook wíj die expertise niet in huis. Maar is dat nodig? Ten eerste werken er zoveel moeders in de zorg, moet je zien hoeveel ervaring er daardoor alleen al is. En natuurlijk is er een verloskundige of consultatiebureau aangesloten voor expertise. Want specialisten schakelen we natuurlijk in als dat nodig is. Is iemand verslaafd? Dan betrekken we verslavingszorg. Heeft iemand forse GGZ-problematiek? Dan sluit er een behandelend psychiater aan. Die afspraken maken we in dat eerste contact. Ons specialisme zit in het gedrag en het wonen. Voor zorg en problematiek zoeken we de expertise op.’
Maar dat doen we toch niet?
Marijke: ‘We moeten elkaar ook scherp houden in ‘waar we voor zijn’. Ik weet nog dat er iemand werd aangemeld die veel lichamelijke ondersteuning nodig had. Een collega vroeg: “Maar dat doen we toch helemaal niet?” Ja, dat doen we wél. Alleen kregen we die vraag de laatste 20 jaar niet zo vaak. Als je kijkt naar de kern, dus naar waar we voor zijn…? Dan moeten we steeds weer terug naar de bedoeling.’
Huiselijk, niet hufterproof
Wat Marijke erg belangrijk vindt, is ‘zo normaal mogelijk’. Marijke: ‘Kom je hier vanuit een crisissituatie, dan is een huiselijke sfeer zo fijn. De situatie is al naar genoeg. Ik herinner me nog een jongen die hier, vanuit een besloten situatie, zou komen wonen. Ik zie hem nog staan in de huiskamer. Bij de rondleiding vroeg zijn voormalige begeleider: “Maar waar gaat hij wonen?” Want de tv had geen plexiglas, er stond een vaas op tafel en de woonkamer
zag er gezellig uit. “Nou”, zei zijn voogd die ook mee was: “Ik denk dat dit wel kan lukken.” Hij kwam hier inderdaad wonen en toen hij weer vertrok, had hij nog geen deuk in een pakje boter veroorzaakt.’ Pien: ‘Dat gaat over vertrouwen krijgen en zélf de juiste keuzes mogen leren maken. En ja, dat gaat weleens mis. Maar dat mág, zolang we bespreken wat iemand (en óók wij) anders hadden kunnen doen.’ Marijke: ‘En natuurlijk zit er ook weleens een deuk in de deur, maar dat laten we zo snel mogelijk repareren, zodat het er weer huiselijk en gezellig uitziet. We willen het hier niet hufterproof maken. Want juist dát nodigt ander gedrag uit.’
Wat heb je nodig om hier te werken?
Iemand fietst over de binnenplaats, verderop zitten mensen op een bankje in de tuin. Het gesprek loopt ten einde. Wat betekent het om hier te werken? Pien: ‘Dat geen dag hetzelfde is. De hectiek, de humor… onderdeel uitmaken van zo’n groep, daar geniet ik enorm van. Deze locatie kenmerkt zich doordat er veel ‘gezamenlijkheid’ is. De ruimte nodigt daartoe uit en die dynamiek voel je hier ook sterk. We leven en werken dus dicht op elkaar.’ Marijke: ‘We hebben elkaar allemaal ook echt nodig. Dan is het mooi dat je elkaar goed kent en dat je een diversiteit aan collega’s hebt. Iedereen brengt z’n eigen stukje mee.’ Pien: ‘Wat ook nodig is, is een goede coördinator die buiten de kaders denkt.’ Ze knikt even naar Marijke en vervolgt: ‘Als ik iets lastig vind, dan weet ik dat alles bespreekbaar is. En elkaar zien. Dat is belangrijk voor cliënten, maar ook voor collega’s.’ Marijke: ‘En dat geldt óók voor mij, dat ik op mijn beurt die ruimte krijg van de organisatie. Dat zit niet in een keurslijf.’ Pien: ‘Mijn collega zegt altijd zo mooi: “Ik mag alles maar moet niets. En daarom leer ik zoveel en wil ik alles.” Doordat je vanuit professionaliteit werkt en je voelt dat je binnen de kaders alles mag doen, maak je stappen. We mogen fouten maken en leren. Daardoor ga ik er in volle vaart voor en zet ik die extra stap. Met zoveel passie naar je werk gaan, dat gun ik iedereen.’