Wat was er nodig?
In vier werkplaatsen in de regio’s haalden Marijke en Bram een algemeen beeld op: hoe werk je samen? Wat vind je belangrijk? Marijke: ‘Ik weet nog dat Bram zei: “Dat is interessant… Jullie hebben weinig protocollen en richtlijnen, maar uit alle gesprekken komt tóch een helderrode draad.”’ Die rode draad bleek het werken vanuit de bedoeling, waarbij medewerkers uitgaan van wat iemand aan ondersteuning nodig heeft. En waarbij waarden richting geven aan het maken van keuzes.’ Marijke: ‘Het was in die bijeenkomsten mooi om te zien dat mensen trots zijn op hoe ze bij de JP werken. Dat proefde ik daar echt. Met gelukkig ook kritische kanttekeningen, hoor. Maar in de bedoeling kwam alles samen. Dat is wel wat ons allemaal verbindt.’ Bram: ‘Dat is de ‘vingerafdruk’ van de JP.’
Eerste concepten
Op basis van die vingerafdruk ontwikkelden ze nieuwe concepten voor de functiebeschrijvingen. Met zoveel medewerkers was het nodig om dat stapsgewijs te doen. Ze startten bij de grootste groep: de mensen dicht bij de cliënt. Bram legt uit: ‘In de basis heeft elke locatie vier of vijf functies. Maar in de praktijk blijken die vaak in elkaar over te vloeien. Maar goed ook, anders wordt het ingewikkeld werken. En het maakt de JP ook charmant. Maar voor Marijke en mij zat daar ook het spanningsveld: als je waardengericht werkt, is het een uitdaging om dat te vertalen naar een daarbij passende vorm van functiebeschrijven. Recht doen aan de ‘technische’ eisen van een functiebeschrijving, aan hoe mensen bij de JP werken, maar ook de verschillen zichtbaar kunnen maken. Ieders werk doet ertoe, maar niet iedereen doet hetzelfde werk. Anders zouden 2400 mensen dezelfde functie hebben.’
Om die afweging te kunnen maken, keken ze goed naar de feitelijke werkzaamheden en verantwoordelijkheden in de verschillende functies en ook naar de complexiteit van de ondersteuning. ‘Daar zitten verschillen in’, vervolgt Bram. ‘En dat wilden we eerlijk en goed onder woorden brengen. Zodat collega’s met elkaar (h)erkennen wat ze wel en niet doen.’
