Zoeken sluiten

Professionaliteit

Niet alleen wat je doet, maar vooral waaróm je het doet

Iemand die je dagelijks ondersteunt, heeft een bank nodig. Jij als begeleider hebt er toevallig eentje in de schuur staan. Iedereen blij, probleem opgelost. Toch? Maar hoe logisch zo’n keuze ook lijkt, er zit toch meer achter.  

Wat is professionaliteit?
Dit is één van de dilemma’s waar een begeleider mee te maken kan krijgen. Wat doe je wel en wat doe je niet? En wat is professioneel? Professionaliteit is één van de zes waarden van waaruit we werken. Zeker nu de JP veel nieuwe collega’s verwelkomt, is het extra belangrijk om opnieuw te duiden wat we precies onder professionaliteit verstaan. Daarom startten we in 2025 een werkgroep om collega’s daarin meer handvatten te geven.

Wat ik professioneel vind,
kun jij heel anders ervaren

Van woorden naar werk 
Coördinerend begeleider Rebecca Hamersma en locatiecoördinator Anneloes Marsman maken deel uit van de werkgroep. Bij professionaliteit kun je denken aan termen als betrouwbaar, deskundig en respectvol”, zegt Anneloes. “Maar wat voor mij deskundig is, kan voor jou anders zijn.
We hebben bij de JP wel een Richtlijn Professioneel Handelen evaste uitspraken zoals ‘werken vanuit de bedoeling’ of ‘hoe zou je het thuis doen?’ Dat geeft richting, maar wat betekent dat concreetVoor mensen die langer bij de JP werken is dat meestal vanzelfsprekendJe merkt dat vooral nieuwe collegagraag iets willen ‘vastpakken.” 

Alette Veldhuis - adviseur kwaliteit bij de JP

We zeggen vaak bij de JP dat kwaliteit van iedereen is. Je bent immers zélf verantwoordelijk voor de kwaliteit van je werk. En professionaliteit is daarvoor de basis. We werken met weinig protocollen en richtlijnen. Collega’s krijgen veel professionele ruimte. Om die professionele ruimte op een goede manier te kunnen inzetten, moeten de kaders helder zijn. Daar geven we opnieuw handen en voeten aan: wat is professioneel handelen en wat betekent dat voor jouw werk?

Gedragscode in de maak 
Met deze vragen ging de werkgroep aan de slag. Rebecca vertelt: “Gaandeweg ontdekten we dat een gedragscode meer houvast geeft dan een richtlijn. En die gedragscode wilden we zo actief en concreet mogelijk maken. Daarom geven we veel herkenbare situaties uit de praktijk. Bij iedere situatie formuleerden we vervolgens vijf tot tien hulpvragen. Die vragen kun je jezelf bij twijfel stellen. Of je stelt ze aan collega’s om dilemmabespreekbaar te makenMet de gedragscode kun je verheldering brengen.”

Je mag jezelf vaker de vraag stellen:
waarom doe ik dit eigenlijk? Omdat we het altijd zo doen? Of is het mijn professionele keuze?

Zo werkt het
De gedragscode is nog in ontwikkeling, maar hoe ziet dat er straks ongeveer uit? Rebecca legt dat uit aan de hand van één van de dilemma’s:

“Een begeleider rijdt iemand die hij ondersteunt bijvoorbeeld regelmatig naar een doktersafspraak. Daarbij gebruikt de begeleider zijn eigen auto. Maar is dat wel logisch en nodig? Zo niet, dan kun je collega’s daarmee in verlegenheid brengen als zij ervoor kiezen om dat niet te doen.”

Anneloes vervolgt: “Je kunt dan met de hulpvragen uit het document aan de slag. Je doet eerst een stap terug door het vervoer los te laten. Wat is de ondersteuningsvraag? Moet iemand van A naar B? En is dat onze taak? Misschien kunnen vrienden of familie iets betekenen, dat is nog een véél mooiere oplossing. Of vindt iemand de rit spannend en ondersteun je daarbij? Dat is het verschil. Prima als je alsnog besluit om te rijden. Het gaat erom dat je niet alles als vanzelfsprekend oplost, maar bewust handelt. De gedragscode verheldert dat.” 

2 medewerkers op de bank in gesprek, andere collega's op de achtergrondNog een voorbeeld
Een ander voorbeeld uit de gedragscode gaat over iemand die ondersteuning krijgt en die in verwachting is. Met goede bedoelingen zegt de begeleider: ‘Oh, maar ik heb veel babykleertjes thuis. Bij mij ligt het toch op zolder.’ 

Rebecca: “Het punt is dat daar meer bij komt kijken. Een eerste vraag is: creëert dit een afhankelijkheid in de ondersteuning? Want misschien verwacht iemand dat je in het vervolg altijd kleren meebrengt.  Of wat als iemand de kleertjes niet mooi vindt, maar zich verplicht voelt om ze aan te nemen? En wat als de buurvrouw óók een kindje krijgt, breng je dan ook babykleertjes voor haar mee? Ook hier geldt: misschien kan iemand uit het netwerk iets betekenen. Door het niet op te lossen, stimuleer je iemand om zélf naar alternatieven te zoeken. En om niet op de begeleider terug te vallen.” Anneloes knikt: “Dat is belangrijk. Wij zijn passanten in iemands leven, onze positie mag niet onbedoeld te belangrijk worden.” 

Hulpvragen

Elk dilemma in de gedragscode heeft vijf tot tien vragen die helpen om professionele keuzes te maken. Een aantal komt bij vrijwel elk voorbeeld terug, bijvoorbeeld: 

  • Wat is de ondersteuningsvraag? 
  • Maak ik iemand hiermee afhankelijk van mijn begeleiding? 
  • Kunnen vrienden of familie iets betekenen? 

Waarom alleen regels niet werken 
Tot slot staan er naast dilemma’s óók vaste afspraken in de gedragscode. RebeccaBijvoorbeeld dat iemand die jij ondersteunt niet in jouw privéleven komt. Of dat je geen spullen aanneemt. Dat doen we niet.  
 
Zou het niet duidelijker zijn om alleen vaste regels te maken? Veel organisaties doen dat. Anneloes: “Alleen als het nodig is. Maar we zien altijd de mens als uitgangspunt. Met alleen vaste afspraken zouden we daaraan voorbijgaan. Zo kun jein het voorbeeld vanhet vervoersprobleemprimabesluiten omalsnogje auto tegebruiken. Het gaat erom dat je niet alles als vanzelfsprekend oplost, maar dat je bewust handelt.” Rebecca vult aan: “En dat het gesprek erover op gang komtProfessioneel handelen doe je niet alleen in de ondersteuningsrelatie, maar ook tussen collega’s. We willen nieuwsgierig zijn naar elkaar: waarom doen we dit eigenlijk zo? En elkaar kunnen aanspreken éaangesproken kunnen wordenDe gedragscode brengt daarin helderheid.” 

De gedragscode

De aanzet voor de Gedragscode Professioneel Handelen is er. In 2026 krijgt de code meer vorm, net als hoe de JP deze wil inzetten, bijvoorbeeld in teams, bij het inwerken van nieuwe collega’s of bij reflectiemomenten.