Veiligheid breder op de kaart
De digitale wereld verandert snel, het vraagt onze aandacht. Afgelopen jaar zetten Elwin Afman en zijn collega’s flinke stappen in digitale veiligheid. En we verwelkomden veel nieuwe collega’s bij de JP: een aanleiding om veiligheid nog breder op de kaart te zetten. Zo bracht Inge Overmars samen met collega’s brandveiligheid weer extra onder de aandacht in 2025. Het zijn thema’s waarmee locatiecoördinator Sanne van Schaik elke dag mee te maken heeft.
Dilemma’s
Vandaag praten we over wat nodig is om veiligheid bij iedereen op het netvlies te houden. Want het zijn onderwerpen waar we dagelijks mee te maken hebben. Bovendien brengt een groot onderwerp als veiligheid óók dilemma’s met zich mee. Wat regel je centraal? En welke ruimte blijft er voor een locatie om te doen wat nodig is? Wie de JP kent, weet dat die ruimte een groot goed is. Gerjanne Kleen: ‘Thema’s als brandveiligheid, medicatieveiligheid of digitale veiligheid hebben centrale richting nodig. Tegelijkertijd kunnen we van alles bedenken, maar als begeleider of locatiecoördinator sta je dagelijks in die praktijk. Dan wil je kunnen anticiperen op het hier en nu.”
Centraal of decentraal?
Een voorbeeld van wat afgelopen jaar centraler geregeld is, is digitale veiligheid. Elwin: “Dat is een leuke uitdaging bij de JP: hoe breng je zaken op orde én zorg je dat locaties eigen keuzes kunnen maken? Eerder regelden locaties veel digitale zaken zélf.” Locatiecoördinator Sanne van Schaik begrijpt de keuze voor die centrale aanpak wel. “Niet iedereen heeft er iets mee. En hoe belangrijk zeggenschap ook is: soms geeft het rust als je eenduidig afspreekt ‘zo doen we het’. Waar collega’s wél aan moeten wennen, is dat ze niet langer kunnen inloggen op eigen telefoons of laptops. Maar als we het erover hebben, begrijpt iedereen wel waaróm.”
Het gesprek
Inge is het ermee eens dat dialoog altijd nodig is, óók over brandveiligheid. Want hoewel wet- en regelgeving de kapstok blijft, zijn er per locatie nuanceverschillen. Inge: “Brand je bijvoorbeeld wel of geen kaarsen? Daar zijn bij de JP geen centrale regels voor.” Sanne: “Bij ons op de locatie doen we het niet. Dat hebben we samen afgesproken, ook met de mensen die we ondersteunen. Laatst vroeg een dame of het mocht. Ik vroeg haar: ‘Als de deurbel gaat, zou je eraan denken om het kaarsje uit te blazen?’ Dat wist ze niet zeker. Zo kwam ze zelf tot de conclusie dat het niet zo handig was. Ze koos voor kaarsjes zonder vuur. Maar op een andere locatie kan het misschien wél.”
Lokale ruimte
Een ander voorbeeld van lokale ruimte zijn brandoefeningen. Inge: “Voor veel mensen die wij ondersteunen, zorgt dat voor onrust. Gelukkig denken sommige brandweerkorpsen mee over oplossingen.” Gerjanne vult aan: “Neem bijvoorbeeld een galerij van een wooncomplex. Mensen zetten graag planten of een bankje voor de deur. Dat mag vaak niet vanwege de brandveiligheid. Bij een nieuwbouwproject stelde een brandweerman eens voor om de galerij gewoon breder te maken. Als je dan toch die kans hebt… Die ruimte om af te wijken, maakt het leven van mensen beter. Daarover moet je in gesprek blijven.”
